Heb ik een allergie?

Het vaststellen van een allergie

Dokters kunnen niet vaststellen waarom sommige mensen wel gevoelig zijn voor bepaalde stoffen, bijvoorbeeld stuifmeel, huisstofmijt, voedingsmiddelen of plantenharsen, en andere mensen er niets aan over houden.
Wanneer u bij de huisarts komt om te vragen of hij wil kijken of je ergens allergisch voor bent, gaat hij vaak eerst veel met je praten. Hij gaat het met je hebben over dingen zoals: de verschijnselen, geschiedenis van uw familie, medische problemen uit het verleden, emotionele omstandigheden, eetgewoonte en recreatie. Dit kan namelijk invloed hebben op de allergie. Wanneer de dokter dit weet, kan hij veel makkelijker een diagnose vaststellen.

Een belangrijk antwoord in de ziektegeschiedenis is die op de vraag van: heeft een van je ouders een allergie? Het is namelijk bekend dat de aanleg voor een allergie erfelijk is. Wanneer iemand een neiging tot een allergie heeft, dan heeft hij vaak iemand in de familie die ook allergisch of overgevoelig is.

Het wil alleen niet altijd zo zijn, dat je voor hetzelfde allergisch bent. De kans is namelijk veel groter dan je de allergische aanleg erft, dan dat je gevoeligheid voor een bepaalde stof erft.

Ook gaat een huisarts door met vragen stellen, hiermee probeert de dokter erachter te komen welke factoren er mee spelen voor de overgevoeligheid. De overgevoeligheid kan door verschillende dingen komen. Bijvoorbeeld wanneer je in contact komt met een specifieke substantie, of wanneer je buiten komt in de zomer en je hooikoorts gaat opzetten. Voor een dokter is dit erg belangrijk om te weten. Met deze waarneming kan de dokter achter de schuldige komen.

Ook kan de dokter vragen om bij te houden voor enkele dagen wat je hebt gegeten. Hieruit kan blijken dat er een verband is tussen de voedingsmiddelen die je eet, en de overgevoeligheid die opzet.

Testen op allergenen

Nadat de dokter de vragen heeft gesteld, en een klein onderzoek van de plaats waar het voorkomt, gaat de dokter een testmethode kiezen. Er zijn verschillende testmethodes, daarom kiest de dokter de testmethode waarvan hij verwacht dat er een resultaat uitkomt wat hij verwachtte.

De huidtest

In de meeste gevallen wordt de huidtest gebruikt. Er wordt dan een beetje van het allergeen op het lichaam aangebracht op de boven- of onderarm. Ook wordt de huid van de rug wel eens gebruikt. Het materiaal moet onder de huid komen, dus wordt er een prik of kras toegebracht. Ook wordt het materiaal weleens ingespoten. Bij beide methodes is binnen een half uur te zien, of er iets gebeurd is, of niet.

Wanneer op de testplaats een zwelling een rode rand erom heen verschijnt, dan is de test positief. Er worden bij een huidtest verschillende allergenen tegelijk getest, omdat je voor meerdere allergenen gevoelig kunt zijn.

Wanneer de test positief is, kan het zijn dat de persoon allergisch is wanneer hij eraan bloot wordt gesteld, maar in het alledaagse leven er geen last van heeft. De test is dus niet helemaal waterdicht. Een negatieve test sluit ook niet uit dat iemand er niet voor allergisch is.
Test met voedsel allergenen zijn het minst zeker. Doordat er een kans is, dat de resultaten van het onderzoek niet kloppen, is het moeilijk om een waterdichte diagnose te geven.

De huidtest is handig voor verschillende vormen van allergie. De test is uitstekend te gebruiken voor penicillineallergie, allergie van luchtwegen en allergie voor insectenbeten. De huidtest is minder praktisch voor voedselallergie. Zoals net gezegd kan je het daar niet bij waterdicht vaststellen

De huidtest moet zorgvuldig worden uitgevoerd, wanneer er namelijk een overdosis allergenen onder de huid wordt aangebracht ontstaat er automatisch een positieve reactie.
Ook kan het zijn dat er bij een overdosis een anafylactische reactie ontstaat. Dan moet de desbetreffende persoon directe worden geholpen met adrenaline.

RAST-test

De RAST-test is een laboratoriumproef. RAST staat afgekort voor radioallergosorbenttest. De RAST-test is vooral nuttig bij het ontdekken van inhalatieallergenen. Er wordt namelijk de concentratie in het bloed gemeten, van het specifieke IgE-antilichamen. Deze test is gemakkelijker en eenvoudiger voor de patiënt. Deze test wordt ook vaak gebruikt omdat het weinig risico’s met zich meegeeft.

Het nadeel van een RAST-test is, dat het een laboratorisch onderzoek is, dus ook in een laboratorium gehouden moet worden. Dit duurt vaak even. Dat is het nadeel van een RAST-test. Ook zijn de kosten hoger dan bij een huidtest.